Weblog Jos Douma

over LEVEN in de kerk

Van Kathedraal naar Doorzonwoning

vandekaartHet is zondermeer een fascinerend boek dat Boele Ytsma heeft gepubliceerd: ‘Van de kaart. Manifest van een gepassioneerde twijfelaar’. Het is goed geschreven, meeslepend en met vaart, persoonlijk en authentiek. Het gaat over wezenlijke dingen en ik voel heel veel verwantschap als Boele schrijft over het koninkrijk en over Jezus. “Steeds weer klinkt de proclamatie: ‘Het koninkrijk van God is nabij’. We zijn er slechts één stap van verwijderd, de stap namelijk van de omkeer” (blz. 186). Prachtig ook hoe Boele een radicaal katholieke gemeenschap rond Jezus voor zich ziet. En ook de nadruk op een nieuwe authenticiteit is me meer dan welkom.

Wel moet ik bekennen dat ik niet in de kringen van de gepassioneerde twijfelaars verkeer. Ik ben niet door mijn geloof heen gezakt en heb ook geen periodes gehad waarin ik me tot op het bot toe in de kou voelde staan vanwege een kerkelijk instituut zonder hart dat bezig was met de verkeerde dingen. Dat is Boeles persoonlijke geschiedenis, die hij met zeer velen deelt - en juist daarom is het ook zo geweldig goed dat hij er woorden aan heeft gegeven die voor velen herkenbaar zijn.

Ik had het zonet over verwantschap. Tegelijk is er bij mij ook verwarring. Ik kan, bij alle verwantschap die ik ervaar, niet altijd even goed volgen wat Boele nu precies bedoelt. Soms helt de verwarring over naar verwijdering – maar dat wil ik niet. Boele pleit voor een open gespreksklimaat, voor ruimte, hoop en ontmoeting zonder angst. Helemaal terecht. In die ontmoetingsruimte wil ik nu ook een paar vragen stellen.

1. Hoe kan het dat het boek van Boele ook zo’n grote stelligheid ademt? Uitroepteken volgt op uitroepteken! Hij neemt afscheid van de Kathedraal van Zeker Weten, en daar kan ik me best veel bij voorstellen, maar terwijl we uit de Kathedraal van Zeker Weten worden geleid worden we binnengevoerd in de Doorzonwoning van het Stellig Kiezen. Het is allemaal heel open en transparant, maar Zekerheid wordt ingeruild voor Stelligheid en het Weten door een hartstochtelijk Kiezen. Dat mag natuurlijk allemaal, maar ik kan het niet zo gemakkelijk met elkaar rijmen. Dat wordt vooral ook lastig als de tekening wel erg zwart-wit wordt. Bidden dat deze twijfelaar “terugkeert” (blz. 191) zal ik niet doen – Boele is een hartstochtelijk beminnaar van het koninkrijk van God. Maar de suggestie dat je alleen maar kunt terugkeren naar “zekerheden die geen betekenis hebben, ruzies over het eigen gelijk, het landschap van de diepe kloven” doet mijns inziens geen recht aan wat er in kerken ook te vinden is aan betekenisvolle zekerheden, hartelijke gedachtenwisselingen over de betekenis van het evangelie, oases van liefdevolle verbondenheid. Als ik dat lees voel ik een verwarring die helt naar verwijdering; en ik moet mijn best doen om erbij te blijven (gelukkig was ik al helemaal aan het einde van het boek;-).

Lees meer »

24/08/2009 Geplaatst door josdouma | Emerging church, Jezus, Koninkrijk | | 21 Reacties

Bidden met het Onze Vader

boeleklaaswimHet gebed is de meest wezenlijke manier om te participeren in de beweging van Gods koninkrijk.

Vanuit die uitspraak schrijf ik vandaag over het derde thema van de drie thema’s die het komende seizoen voor mij centraal zullen staan (’spiritualiteit’, ‘retraite’, ‘gebed’). Ik leg bewust een directe verbinding met het koninkrijk, omdat het thema ‘gebed’ (‘Bidden is het beste begin’), dat komend seizoen in de Fonteinkerk centraal zal staan, direct voortvloeit uit de aandacht die we de eerste helft van 2009 aan het koninkrijk hebben besteed (‘Want van u is het koninkrijk’).

Het gebed is de meest wezenlijke manier om te participeren in de beweging van Gods koninkrijk.

Dallas Willard zegt het in The Divine Conspiracy zo:

When we pray we enter the real world, the substance of the kingdom, and our bodies and souls begin to function for the first time as they were created to function (p. 254).

Dat is een heel hoge en verheven visie op het gebed, terwijl veel christenen bidden toch vooral ervaren als een even heilige als vermoeiende plicht. Het thema gebed roep veel schuldgevoel en onvermogen wakker. Ook bij mijzelf. En dat is ook een heel voorname reden om hier een jaar lang intensief mee bezig te gaan in prediking en onderwijs, en vooral ook in de praktijk. Belangrijkste inspiratiebron daarbij is het onderwijs van Jezus over bidden en het Onze Vader dat hij ons leert. Nog een keer Willard:

Praying is a form of speaking, and it is best learned by entering the words that Jesus gave us to say to God when we pray. Het is the Master of this subject too (p. 255).

Om aan te sluiten bij een actuele discussie die gevoerd wordt en waarin Boele Ytsma een belangrijke stem heeft, onder andere in zijn aansluiting bij en zijn kritiek op Klaas Hendrikse (lees: Loflied, misverstand en een kerk rond Jezus ): ik geloof dat bij een herneming van het christelijk geloof in een postmoderne context (zoals in het kader van bijvoorbeeld de emerging church) naast het koninkrijk en Jezus ook heel prominent het gebed in beeld moet zijn. Er wordt veel geschreven en getheoretiseerd over het koninkrijk van Jezus en de impact die dit koninkrijk vandaag kan hebben – dat is allemaal prachtig en uiterst belangrijk en doe ik doe er ook graag in mee – maar wat zijn de implicaties van de uitspraak waarmee ik deze blog begon en die ik nu nog maar een keer herhaal?

Het gebed is de meest wezenlijke manier om te participeren in de beweging van Gods koninkrijk.

Het voortgaande gesprek over een God die (niet) bestaat, over het koninkrijk van God, over Jezus en over de kerk als geloofsgemeenschap kan aan betekenis en diepgang winnen als de betekenis en de praktijk van het gebed daarin een ruime plaats krijgt toebedeeld. Bidden is namelijk ook dat het derdepersoonsperspectief wordt ingewisseld voor een tweede persoonsperspectief.

Het lijkt me ook dat er wel een derde weg is tussen wat Wim Rietkerk vandaag in zijn artikel Tijd voor een tegenoffensief tegen de moderne geloofstwijfel in het Nederlands Dagblad aanduidt: de weg van de (objectieve) realiteit en de weg van de (subjectieve) introspectie. Die derde weg heet: biddende participatie in het koninkrijk van God, omdat dat de enige weg is waarlangs mensen ten diepste mens worden.

Overigens ben ik het erg eens met Wim Rietkerk dat het losmaken van de woorden van de realiteit waar de woorden naar verwijzen een doodlopende weg is. Zoals namen in de wereld van de bijbel nooit alleen maar namen zijn (de naam maakt deel uit van de wereklijkheid waarnaar wordt verwezen), zo is dat ook met woorden: ze maken deel uit van de werkelijkheid waarnaar ze verwijzen.

Het meest praktisch wordt dat waar we (opnieuw) leren om met het Onze Vader te bidden. Niet dus: het Onze Vader bidden (hoewel daar ook niets mis mee is) maar met de woorden die Jezus ons heeft aangereikt in het Onze Vader de realiteit van het koninkrijk betreden. Nog een keer Willard:

Of course mere repetition (of the words of the Lord’s prayer) is not kingdom praying. () Instead, we learn to use the words given by him to speak intelligently en lovingly to our heavenly Father, with whom we are engaged in a common life. Bu we do use these words. And with them as foundation, and only so, we move ou – partly on our own initiative, which God elicits and expects – into prayer over the details of our lifes and times “under the sun” (p. 255).

22/08/2009 Geplaatst door josdouma | Bidden, Dallas Willard, Emerging church, Jezus, Koninkrijk, Spiritualiteit | | 6 Reacties

Wij kiezen voor eenheid

eenheid“Wij kiezen voor eenheid omdat Christus niet gedeeld is en wij een gezamenlijke opdracht hebben. Wij kiezen tegen onverschilligheid of minachting voor elkaar … We kunnen elkaar niet missen. We willen een verbond sluiten door elkaar de broeder- en zusterhand te reiken. Wij kiezen ervoor het geloof met elkaar te delen, elkaar te bemoedigen en elkaar te stimuleren.” Lees meer over het Manifest waarin deze zinnen staan: Manifest voor christelijke eenheid.

Enkele maanden geleden werd ik uitgenodigd om mee te doen met een interviewbundel rond het thema ‘Wij kiezen voor eenheid’. Dat wilde ik uiteraard wel. Want waar allerlei processen rond kerkelijke eenheid wel eens wat moeizaam verlopen, merk ik dat processen die christelijke eenheid beogen heel veel opleveren.

Mijn eigen directe referentiekader is de Haarlemse interkerkelijke beweging Geloven in de Stad. Toen deze beweging enkele jaren geleden ontstond als ‘doorstart’ van IKES (Interkerkelijke Evangelisatie Samenwerking) mocht ik meedenken rond een visiedocument. Daarin kwam onder meer het volgende te staan:

Visie (wat onze droom is)
We verlangen er als christenen naar dat inwoners van de stad Haarlem en de omliggende plaatsen geraakt worden door het evangelie van Jezus Christus. Dat verlangen is gebaseerd op ons geloof dat God hart heeft voor de stad en dat Jezus Christus de hoop is voor de wereld.

Missie (wat we willen doen)
We willen als gezamenlijke kerken en christelijke organisaties in een veelkleurige eensgezindheid en in de kracht van de Geest naar buiten treden met het evangelie van onze Heer, om door middel van activiteiten, projecten, events, trajecten, samenwerkingsverbanden en communicatiemiddelen de inwoners in contact te brengen met het nieuwe leven dat God ons in Jezus Christus geeft.

Het Manifest dat volgende week verschijnt, maakt op landelijk niveau zichtbaar wat op lokaal niveau in heel veel steden en dorpen al gebeurt: christenen, van welke kleur dan ook, zoeken elkaar op en ze herkennen elkaar tot hun grote verrassing en vreugde. Natuurlijk zijn en blijven er verschillen, maar die zijn er ook binnen kerkverbanden en bewegingen die op formeel niveau wel met elkaar verbonden zijn. En christelijke eenheid is ook niet hetzelfde als kerkelijke eenheid. Het zoeken van kerkelijke eenheid is prachtig waar dat mogelijk is, maar de praktijk wijst uit dat dat heel veel vraagt op het niveau van structuur en regelgeving en dat processen daarin ook wel eens verzanden. Daarom ben ik een groot voorstander van het zoeken naar en zichtbaar maken van christelijke eenheid: eenheid in Christus. ‘Dat zij allen één zijn.’ Want inderdaad: Christus is niet gedeeld. Hij is één. Zijn liefde voor ons en onze liefde voor hem zijn één. De gezindheid van Christus is één en dezelfde gezindheid waarbij kerkelijke grenzen een ondergeschikte rol spelen.

Daarom zet ik volgende week – op persoonlijke titel (en deze toevoeging laat zien dat het inderdaad niet om kerkelijke eenheid gaat) – van harte mijn handtekening onder het Manifest. En ik hoop en bid van harte dat dit Manifest samen met de interviewbundel door de Geest van Christus gebruikt zal worden om christenen steeds meer met elkaar te verbinden tot eer van onze Vader.

18/06/2009 Geplaatst door josdouma | Jezus, Kerk, Koninkrijk | | Momenteel geen reacties

Bidden en de vierde dimensie

hemelvaartMorgen is het hemelvaart.  Ik houd van hemelvaart tot pinksteren een serie van drie preken over het thema ‘De ontdekking van de hemel’. Ik merk dat voor veel mensen de hemel een vreemde werkelijkheid op afstand is. De hemel is ‘daarboven’. Het is de plek waar God woont en waar mensen die sterven (hopelijk) naartoe gaan.

Vanuit het Bijbelse spreken over het koninkrijk is het denk ik mogelijk om een wat nabijere visie op de hemel te ontwikkelen. Daarbij helpt mij het beeld van de vierde dimensie. Jezus is op de dag van zijn hemelvaart niet naar een andere locatie gegaan, maar hij is tot zijn terugkomst op aarde de voor ons niet direct toegankelijke vierde dimensie binnen gegaan. Die vierde ruimtelijke dimensie is een dimensie die wij met ons lichamelijke ogen niet kunnen zien. Het is Gods dimensie van de geschapen werkelijkheid. Jezus heeft deze vierde dimensie zichtbaar gemaakt in zijn leven op aarde. Het koninkrijk dat Jezus verkondigde en belichaamde wordt daarom ook koninkrijk van de hemel genoemd. Leven in het koninkrijk is leven vanuit het contact dat we door de Geest biddend kunnen maken met Gods dimensie van de geschapen werkelijkheid.

Zo komt de hemel dus een stuk dichterbij. N.T. Wright gebruikt voor het koninkrijk van God graag de uitdrukking: de hemel begint de aarde te overlappen. En dat is het precies. Dé manier om in contact te komen en te blijven met deze vierde dimensie, Gods dimensie van de geschapen werkelijkheid die als koninkrijk van God tastbaar wordt op aarde, is het gebed. Bidden is de taal van het koninkrijk. Bidden is steeds het contact zoeken en houden met Gods dimensie van de werkelijkheid. Bidden is Gods werk gaan ervaren.

Niet voor niets is het precies dat wat de apostelen doen nadat Jezus de hemel is binnengegaan: ‘Vurig en eensgezind wijdden ze zich aan het gebed’ (Handelingen 1:14).

20/05/2009 Geplaatst door josdouma | Bidden, Bijbel, Jezus, Koninkrijk | | 4 Reacties

Spirituele gemeenteopbouw: emerging van binnenuit

bergredejezus3Op een van de vorige posts reageerde Rick Jansen. Hij schrijft onder meer:

Discipelschap draait volgens mij niet om modellen, methodes, acties of programma’s. Het draait in de kern om relaties. Diepgaande relaties aangaan met mensen met wie je jarenlang optrekt. Daarbij kan een programma behulpzaam zijn, maar soms ook weer niet.

Het zal lastig zijn in een bestaande kerk die gewend is aan organisatie, programma’s en methoden de cultuur dusdanig te veranderen dat we relaties met elkaar en met de buitenwereld aangaan.

Wellicht is er binnen kerken ruimte om naast traditioneel gemeente-zijn een nieuwe beweging op gang te laten komen. Emerging van binnenuit in plaats van buitenaf?

Ik denk dat Rick gelijk heeft: het gaat in het maken van leerlingen niet om methoden en modellen maar om mensen en relaties. Als je met een emerging church begint, kun je wat dat betreft meteen goed beginnen. Maar hoe ga je hiermee om binnen bestaande kerken die gericht zijn op samenkomsten, cursussen, programma’s en vergaderingen?

Dat is de uitdaging voor de gevestigde kerken: hoe kan bewuste, intentionele spirituele vorming in Christus (discipelschap, leerling-zijn en leerling-maken) worden nagestreefd?

Dallas Willard heeft daar wel iets over te zeggen. Als hij het hoofdstuk over ‘A Curriculum for Christlikeness’ in zijn boek ‘The Divine Conspiracy’ aan het afronden is, richt hij zich tot de pastors, de leiders van de gemeente.

1. We must be sure that the curriculum outlined is in fact the substance of our own life. Do we, or are we obviously learning to, love the Lord with all our heart, soul, mind and strength?

2. We should prayerfully observe those we serve and live with to see who among them has already been “ravished with the kingdom of God” and is ready to become Jesus’ apprentice. These we help consciously to do so, and we then devote serious time to leading them into and through the curriculum, adapting it as needed. It may at first not be possible to carry this on as a congregational project, though one should not be furtive about it. We can pour ourselves into a few people without fanfare, and soon they can begin sharing the work of forming other disciples. You can count on it to spread, for, in truth, there is nothing on earth to compare it to.

3. We should speak, teach, and preach the gospel of the kingdom of the heavens in its fullness. Practically, that means that in our various communications we focus on the Gospels and on the teaching what Jesus himself taught in the manner he taught it. This, with intelligent prayer and loving deed, is our method for “ravishing people with the kingdom of God”, and thus preparing them for the step into out-and-out apprenticeship. We do not need to talk a lot about what we are doing. In time it will be obvious (p. 371-372).

Iemand wees me op een bediening van de Navigators waaraan de naam van Greg Ogden verbonden is: Church Discipleship Ministry. Ik vermoed dat hier heel veel te leren valt voor het implementeren van discipelschap als spirituele vorming in Christus in de lokale gemeente! Dat geldt overigens ook voor Renovaré.

28/04/2009 Geplaatst door josdouma | Dallas Willard, Discipelschap, Emerging church, Jezus, Kerk, Koninkrijk, Spiritualiteit | | 3 Reacties

Een kerk vol leerlingen

sermonmountbloch1Is wat ik hier op deze weblog schrijf over leerling zijn nieuw? Nee. Het is een oud verhaal. Het gaat over discipelschap en over christelijke leerprocessen, en daar is in de loop van de eeuwen al heel veel ervaring mee opgedaan.

Toch is het voor mezelf in zekere zin wel nieuw om hier zo mee bezig te zijn en om mezelf de vraag te stellen: hoe kan ik als voorganger de gemeente concreet helpen om hierin ook daadwerkelijk een leerproces mee te maken? Die vraag heb ik tot nu toe vooral beantwoord door te zeggen: ‘preken, preken, preken!’ (dat is overigens een citaat van een van mijn theologische leraren uit Kampen). En dat doe ik ook: ik preek veel in mijn eigen gemeente en zal dat zelden of nooit doen zonder bezig te zijn met een concrete thematische prekenserie. Maar werkt dat?

Op het symposium van 2 april over nieuwe kerkvormen heb ik in de discussie deze stelling geponeerd: ‘Preken scheppen luisteraars, geen leerlingen.’ Daarmee bedoelde ik te zeggen dat er in kerken al heel snel een luistercultuur is waarin de gemeente op een consumerende manier met de preek omgaat, door vooral iets van de preek te vinden: mooi, prachtig, ik had er niks aan, ik heb dit gemist, te lang, hij had van mij nog veel langer mogen doorgaan, verrijkend, ik heb niets nieuws gehoord, wat vond jij ervan? en ga zo maar door. Het is altijd heerlijk als er positieve geluiden zijn, maar die positieve geluiden hebben met de negatieve dikwijls gemeen dat ze (vaak, beslist niet altijd) vanuit de toeschouwershouding worden gemaakt, of vanuit de houding van de consument: de kerkganger is gekomen voor een goede en inspirerende kerkdienst met dito preek en heeft die al dan niet gekregen, met de bijbehorende reactie. Dat bedoel ik ongeveer met: preken scheppen luisteraars (in de Jakobitische sfeer van ‘wel horen, maar niet doen’).

Maar het gaat er om dat er leerlingen geschapen worden. Daarin spelen preken een cruciale rol (dat houd ik vast: ‘preken, preken, preken!’) omdat het konnkrijk geproclameerd en onderwezen moet worden (Jezus preekte, de leerlingen preekten, de apostelen preekten). Maar het is niet voldoende.

Daar betrek ik nu even een opmerking bij van Dallas Willard in ‘The Divine Conspiracy’:

It also becomes clear, in the light of the disappearance of the kingdom and Jesus as teacher, why the making of converts, or church members, has become the mandatory goal of Christian ministers – if even that – while the making of disciples is pushed to the very margins of Christian existence. Many Christian groups simply have no idea what discipleship is and have relegated is to para-church organisations (p. 300-301).

Dat lijkt me een scherpe waarneming: omdat de lokale kerken niet doelgericht bezig zijn met het maken van leerlingen moet je terecht bij parakerkelijke organisaties of evenementen waar dat wel gebeurt. Iemand wees me voor mijn zoektocht rond het leerlingen maken op het werk van Kerygma, en terecht, maar dat illustreert dus precies het punt: als ik in de lokale gemeente aan de slag wil met Jezus’ opdracht uit Matteüs 28, dan moet ik inspiratie opdoen via parakerkelijke organisaties, omdat veel kerken (in iedere geval de meeste gevestigde kerken) dit eenvoudigweg niet op de agenda hebben staan.

Daarom wil ik graag stappen gaan zetten om de focus van het leven in de gemeente veel meer te leggen op het maken van leerlingen. Ik noem dat ook wel: ’spirituele gemeenteopbouw’. Want ik denk dat missionaire gemeenteopbouw zoals dat momenteel veel plaatvindt in gevestigde kerken mislukt of minstens aan de verkeerde kant begint.

23/04/2009 Geplaatst door josdouma | Dallas Willard, Discipelschap, Jezus, Kerk, Koninkrijk, Preken | | 5 Reacties

Hoezo, leerling van Jezus?

mountLeerling van Jezus zijn. Ik vind het prachtig om daarin te groeien en daarover na te denken. Tegelijk merk ik dat er er binnenin mij ook stemmen klinken die bezwaren maken. Het zijn mijn eigen gedachten, en regelmatig ook gedachten die zich in mij hebben vastgezet omdat ik ze van anderen hoorde. Hieronder volgt een weergave van die gedachten, die ik als weerstanden ervaar om me toe te wijden aan het leerling van Jezus zijn. Ik hoop dat ik ze, juist door ze expliciet te maken, beter onder ogen kan zien en er iets mee kan doen.

1. Je moet oppassen dat je Jezus niet te centraal stelt. Het gaat uiteindelijk om God! Heb je niet veel te veel aandacht voor Jezus? Is dit geen Jesulatrie? God is toch veel meer dan Jezus?

2. Leerling van Jezuszijn betekent zeker dat je vooral met het Nieuwe Testament bezig bent, en dan nog weer speciaal met de evangeliën? Maar je moet toch ‘al de raad Gods’ verkondigen? Dan is dit toch een enorme versmalling? Er moet in de prediking evenwichtig aandacht zijn voor het Oude Testament en het Nieuwe Testament!

3. De bergrede, dat is toch eigenlijk allemaal wel heel erg praktisch: natuurlijk, het zou wel moeten, zo leven, maar dat lukt niet. Ik denk trouwens dat het beter is om toch maar bij de Tien Geboden te blijven. Die zijn immers nog altijd geldig en ook voor vandaag belangrijk? Het zijn toch niet voor niets die woorden die in de kerkdienst altijd worden voorgelezen?

4. Leerling zijn: dat was toch heel speciaal voor de eerste twaalf (elf) leerlingen? Dat kun je och niet zomaar naar vandaag toe vertalen? In de Romeinenbrief, waar de kern van het evangelie staat, gaat het toch nooit over leerling-zijn?

5. Kom je zo niet heel gemakkelijk uit bij een Jezus die vooral een wijsheidsleraar is, eigenlijk alleen maar een groot moreel voorbeeld? Je moet wel erg oppassen als je deze weg gaat bewandelen! Voor je het weet is Jezus net zo iemand als bijvoorbeeld Boeddha!

6. Jezus is gekomen om de straf op onze zonden te dragen. Daar gaat het om! Het kan toch niet zo zijn dat je eerst op een heel bijzondere manier leerling van Jezus moet worden om in de hemel te kunnen komen? Creëer je zo niet een soort clubje van elite-christenen, de échte volgelingen van Jezus? Je geeft me door de manier waarop je spreekt het gevoel dat ik maar een tweede rangs christen ben.

7. De opdracht in Matteüs 28:16-20 is allang vervuld! De leerlingen van Jezus zijn toch naar alle volken toe gegaan om leerlingen te maken? Iedereen kan het nu weten! We zijn in een heel andere tijd gekomen. De kerk is verder gegaan. Er is ook nog zoiets als de kerkgeschiedenis. Daar heb je wel heel weinig aandacht voor zo. Alsof we terug zouden moeten naar het begin. Dat is toch pure miskenning van wat God ook na de tijd van de Bijbel door de eeuwen heen gedaan heeft? Dit is allemaal melk, geen vast voedsel.

Misschien vind je dat ik al deze vragen wat chargeer. Toch vloei het zo zonder enige moeite uit mijn pen want ik heb het of zelf gedacht of ik heb het anderen min of meer letterlijk zo horen zeggen. Het zijn gedachteconstructies die een blokkade kunnen vormen op de weg naar de keuze om ons toe te wijden aan leerling -zijn?

8. Sorry, mag ik nog een keer: hoor ik je daar over toewijding speken? Dat stoort me echt! Dat elite-gedoe! Dat Jezus-gedoe! Pure ondankbaarheid is het! Jezus heeft aan het kruis toch alles al gedaan? Hij heeft toch betaald voor al onze zonden? Denk je echt dat je daar nog wat aan toe moet voegen? Dat is eigenlijk best wel arrogant. Dat de genade blijkbaar niet genoeg voor je is. God zegt het toch zelf: je hebt niet meer dan mijn genade nodig!?

Maar er is ook een andere kant. Dallas Willard wijdt er deze paar bemoedigende en uitnodigende zinnen aan:

The appeal and power of Jesus’ call to the kingdom and discipleship is great, and people generally, of every type and background, will respond favorably if that call is only presented with directness, generosity of spirit, intelligence, and love, trusting God alone for the outcome (p. 372)

Zo heb ik het afgelopen zondag ook ervaren in de reacties op de preek waarin ik de oproep om concreet leerling van Jezus te zijn. Ik geloof dat er heel veel christenen op deze boodschap zitten te wachten, ernaar verlangen omdat ze ontevreden zijn met een lauw geloof, zich onmachtig voelen om zondag en maandag echt aan elkaar te verbinden, het gevoel hebben dat Jezus voor hen best wel belanrgijk is maar toch echt niet de allerbelangrijkste. Ik hoor de vraag als het ware rondzingen in de kerken: ’Vertel ons over dat koninkrijk, leer ons hoe we leerlingen van Jezus kunnen zijn, want we willen het echt wel! Maar waar zijn de mensen die ons daar (op zondag) over onderwijzen, concreet, praktisch, liefdevol, geduldig en die voor ons levende voorbeelden zijn?’

21/04/2009 Geplaatst door josdouma | Dallas Willard, Discipelschap, Jezus, Kerk, Koninkrijk | | 2 Reacties

Jezus: leraar met leerlingen

bergredejezusIn een eerdere post Leerlingen van het koninkrijk heb ik ervoor gepleit om het leerling van Jezus zijn als kern te zien van waar het in zowel traditionele, gevestigde kerken als in nieuwe, emerging kerken om zou moeten gaan.

Vandaag heb ik in dat kader een wat mij betreft belangrijke stap gezet door het houden van een preek over dit thema vanuit Matteüs 28:16-20. Ik heb in deze preek een omschrijving van leerling zijn aangereikt die (uiteraard) sterk is gekleurd door de benadering van Dallas Willard in zijn prachtige boek ‘The Divine Conspiracy. Rediscovering Our Hidden Life in God’.

Dit is de omschrijving: een leerling van Jezus ben je als je Jezus bewondert om zijn wijsheid en goedheid, als je ernaar verlangt om steeds in zijn nabijheid te zijn, om je door hem te laten leiden en helpen in alle aspecten van je dagelijkse leven, zodat je steeds meer wordt zoals hij.

Luister de preek (31 minuten): De leraar en zijn leerlingen.
Lees de preeksamenvatting: Bronwater.

Het gaat in de kerk dus om leerling zijn en leerlingen maken. Of om het met andere woorden te zeggen: het gaat om discipelschap als spirituele vorming in Christus. De Grote Opdracht uit Matteüs 28 kunnen we zeker lezen als een basistekst voor missionaire gementeopbouw, maar het lijkt me meer dan relevant om deze tekst ook als fundament te zien voor spirituele gemeenteopbouw. Daarin gaat het erom biddend te werken aan een cultuur en structuur van de gemeente waarin alles is gericht op het maken, vormen en toerusten van leerlingen.

Dallas Willard is in zijn boek scherp als het gaat om wat hij in de meeste kerken ontwikkeld ziet worden: een consumentistische manier van christen zijn. Hij maakt een helder onderscheid tussen consument-christenen (ze halen alleen wat in de kerk en zijn vaak zeer kritisch over of veeleisend betreffende het product dat hun geboden wordt) en leerling-christenen (lees weer de omschrijving die ik hierboven geef). Daarnaast kan er ook gesproken worden over farizeeër-christenen (voor hen staan de regels en geboden centraal, wat een vreugdeloze en wettische manier van kerk-zijn als resultaat heeft). Elk hebben ze hun eigen kenmerken en uitdagingen.

19/04/2009 Geplaatst door josdouma | Bijbel, Dallas Willard, Discipelschap, Emerging church, Jezus, Kerk, Koninkrijk, Preken, Spiritualiteit | | 2 Reacties

Neo-monastiek: lectio divina en predikorde

ordevoorpredikersNaar aanleiding van de vragen die Johan ter Beek over new monasticism heeft gesteld op zijn weblog is er een hele stroom aan reacties losgekomen! Het zit dus echt in de lucht, want veel bloggers zijn er blijkbaar door aangeraakt en hebben behoefte er iets over te schrijven. Vind het allemaal via deze post:  New Monasticism.NL ??? Ik voel overigens wel wat voor de voorzet van Brambonius om niet het Engelse ‘ new monasticism’  te gebruiken maar om in onze eigen taal te spreken over neo-monastiek. Vandaar de titel van deze post.

Voor mij is dit een mooi moment om weer terug te grijpen op het verhaal dat me vorig jaar sterk bezig hield. Op 29 september 2008 mocht ik namelijk het openingscollege verzorgen aan de Evangelische Theologische Faculteit in Leuven bij de opening van het academische jaar. Je kunt het verhaal hier nalezen (de Engelse vertaling heb ik te danken aan Dick Moes):

Hoe spiritueel zijn onze preken? De lectio divina als bron voor een spirituele homiletiek
How spiritual are our sermons? Lectio Divina as a source for a spiritual homiletic

Dit verhaal is een pleidooi dat met name gericht is aan predikanten en anderen die geroepen zijn om bezig te zijn met de verkondiging van het evangelie en het onderricht over het koninkrijk om de klassieke leespraktijk van de lectio divina (geestelijke, goddelijke, of spirituele lezing) te leren kennen en te beoefenen in de preekvoorbereiding. Daarbij liet ik me ook inspireren door het gedachtengoed van de monastieke orde van de Dominicanen. Enkele weblogposts van toen vertellen het verhaal dat ik nu ook weer wil delen.

(woensdag 24 september 2008: Contemplatie) Ik ben deze dagen bezig met het voorbereiden van het openingscollege dat ik op maandag 29 september hoop te geven aan de Evangelische Theologische Faculteit in Leuven bij de opening van het academische jaar. Ik verdiep me daarbij enigszins in enkele paragrafen van de Summa Theologica van Thomas van Aquino. Want een van de beweringen die ik wil doen komende maandag is dat we voor het ontwikelen van een spirituele homiletiek ten dienste van een spirituele prediking terug naar de bronnen moeten. En ik wil graag het begrip contemplatie een nieuw leven gunnen in de bedding van de protestantse spirituele traditie. Vandaar dat ik mijn uitgangspunt neem in een uitspraak van Thomas van Aquino waarin hij een omschrijving geeft die in de loop van de eeuwen binnen de orde van de Dominicanen als motto is gaan fungeren en als korte definitie van wat prediking is: contemplari et contemplata aliis tradere (contempleren en de vrucht van de contemplatie aan anderen doorgeven).

Maar wat is contemplatie eigenlijk? Ik zou het op dit moment even zo willen zeggen: contemplatie is lang en liefdevol kijken naar het gelaat van de Heer en intens genieten van zijn liefdevolle en transformerende omhelzing. Wat heeft dat met preken te maken? Ik denk alles. Zou het niet geweldig zijn als dat de ervaring was die we kregen als we luisterden naar preken? Dat we bezig zijn om lang en liefdevol te kijken naar het gelaat van de Heer (die ons in de preek voor ogen geschilderd wordt in al zijn heiligheid en liefde) en dat we daarin ervaren dat hijzelf ons liefdevol omhelst en wel zo dat we er niet onveranderd uit te voorschijn komen.

(dinsdag 30 september 2008: Een evangelisch-protestantse orde voor predikers) Gisteravond heb ik aan het slot van mijn openingscollege in Leuven ‘Hoe spiritueel zijn onze preken?’ een kort pleidooi gevoerd voor een evangelisch-protestantse orde voor predikers. Wat stel ik me daar precies bij voor? Allereerst moet ik dan zeggen dat het vooral nog een droom is: een visie, iets wat in de toekomst zou kunnen ontstaan en wat een belangrijke bijdrage zou kunnen leveren aan een spirituele verdieping van de prediking in de kerken doordat er een spirituele verdieping plaats vindt in het leven van de predikers.

Bij de orde denk ik niet in de eerste plaats aan een werk- en leefgemeenschap waaraan je je voor het leven verbindt. Dat zou ook geen recht doen aan de mannen en vrouwen voor wie deze orde bedoeld is: predikers die een roeping hebben om in een lokale christelijke kerk voor te gaan in de verkondiging van het Woord van Christus of die een roeping hebben om rondreizend prediker te zijn. Zij staan, om de Katholieke termen te gebruiken, midden in het actieve leven, en kunnen niet de overstap maken naar een volledig contemplatief leven.

Waar ik wel aan denk, zou ik willen vergelijken met de zogenaamde oblatuur. Als oblaat ben je verbonden met een kloostergemeenschap zonder daadwerkelijk aan de dagelijkse leefgemeenschap van dat klooster deel te nemen. Je participeert op afstand, binnen de context van je eigen actieve leven, en wel op zo’n manier dat het contemplatieve leven dat zich afspeelt in het klooster toch ook jouw leven gaat kleuren en verdiepen. Het gaat daarbij om een geestelijke instelling waaraan je buiten het klooster invulling geeft door een bepaalde mate van discipline en door een levensstijl die daarbij past.

De discipline waaraan ik denk zou kunnen zijn dat je als prediker dagelijks van 9 tot 10 uur ’s morgens de lectio divina beoefent. Deze discipline zul je beter op kunnen brengen wanneer je je verbonden weet met vele anderen binnen de orde. Een andere mogelijkheid is dat predikers standaard één ochtend in de week vrij maken en vrij houden. Zo heb ik een tijdlang de donderdagmorgen daarvoor gebruikt, maar ik heb ook gemerkt hoe snel die ochtend weer overwoekerd raakt door alle mogelijke verplichtingen en taken die voorrang lijken te hebben op de tijd met God waarin de lectio divina wordt beoefend.

Het beoefenen van deze spirituele discipline zou er wel veel baat bij hebben als er ook daadwerkelijk een plek was (een retraitecentrum ergens in Nederland) waar je bijvoorbeeld jaarlijks enkele dagen kunt verblijven om je discipline te vernieuwen en om je opnieuw te laten inspireren. En in deze digitale tijd hoort bij het concept van een evangelisch-protestantse orde voor predikers uiteraard ook een website waar concrete handreikingen en inspirerende teksten worden aangeboden.

Lees in het Nederlands Dagblad deze impressie: Zelfbewuste kerk moet zich profileren. Zie ook het Friesch Dagblad: De kerk moet een vindplaats worden van spiritualiteit.

We zijn intussen ruim een half jaar verder. Het plan voor een retraitecentrum begint onverwacht concrete vormen te krijgen (op een geschikter moment zal ik daar meer over vertellen, de plannen zijn nog in ontwikkeling). De protestenatse predikorde blijft nog een droom, een verlangen, maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat de tijd er steeds meer rijp voor wordt om daarin concrete, neo-monastieke stappen te zetten.

17/04/2009 Geplaatst door josdouma | Emerging church, Jezus, Kerk, Koninkrijk, Neo monastiek, Preken, Spiritualiteit, Theologie | | 3 Reacties

New Monasticism: kerk en klooster

monnikHet zit in de lucht: kerken gaan meer krijgen met kloosters. In de emerging church beweging is er ook een spoor dat vooral het monastieke op het oog heeft. Contemplatie, gemeenschapsleven, spiritualiteit, stilte, leven in eenvoud – het heeft er allemaal mee te maken. Jan Wolsheimer schreef uitgedaagd door Johan ter Beek een uitgebreide post over new monasticism. Hij zet zijn verhaal in met een mooi citaat van Bonhoeffer:

“Het herstel van de kerk moet zeker komen van een nieuw soort monnikendom, dat met het oude slechts overeenkomt in zijn onvoorwaardelijkheid van een leven volgens de bergrede in navolging Van Christus. Ik denk dat het tijd is hiervoor mensen bijeen te brengen”.

Dat is uiteraard in een heel andere tijd gezegd (1935), maar het is niet moeilijk om door deze woorden toch geïnspireerd te raken en ze te herkennen als woorden ook voor vandaag. Zelf ben ik nog niet veel in kloosters geweest, eigenlijk nog maar één keer. Maar dat was wel een heel intensieve ervaring. Ik schreef er destijds het volgende over op mijn oude weblog:

(4 juni 2007) Enkele maanden geleden ontving ik een mailtje van de prior van abdij Koningshoeven in Berkel-Enschot. Hij vertrouwde me daarin toe dat de broeders van de abdij regelmatig en met vreugde mijn preken van mijn website lazen. Dat trof me uiteraard zeer aangenaam en ik rende ook snel naar beneden om Joke te laten delen in mijn vreugde en verrassing. In dezelfde mail werd ik gevraagd of ik een keer gast wilde zijn in de abdij en ook een lezing te geven. Dat gaat morgen en overmorgen gebeuren. Ik hoop van dinsdag 12 uur tot woensdag 13 uur in de abdij te zijn en er het dagritme mee te maken. Dinsdag hebben we dan om 17 uur en woensdag om 8.15 uur twee ‘conferenties’ waarin we doorspreken over het thema ‘Leven in verbondenheid’. Wat ik nog niet zo gemakkelijk vind is om deze ruim 24 uren niet te willen beleven als productieve tijd. Er staat van alles in mijn agenda wat nog moet gebeuren, en de verleiding is groot om de tijd in het klooster daarvoor te gebruiken. Maar ik ga het toch niet doen. Ik neem de Bijbel mee (en ga me richten op Genesis 25 tot 35; dat is stiekem toch een stukje preekvoorbereiding omdat ik zondag hoop te preken over Genesis 32:27b ‘Ik laat u niet gaan tenzij u mij zegent’ – maar mijn kernvraag zal zijn: wat leer ik in dit gedeelte van de Bijbel over Gods weg met mijzelf?) en het boekje ‘Leven in verbondenheid’ omdat dat het uitgangspunt vormt voor de bezinning met de broeders. vaderabt

(6 juni 2007) Ik ben net terug uit Berkel-Enschot. Ruim 24 uur mocht ik in abdij Koningshoeven verblijven. Het was een mooie tijd. Ik heb de getijden meegemaakt (wat onder meer inhield dat mijn wekker vanmorgen op 4.15 uur stond zodat ik het nachtofficie van 4.30 uur kon meemaken). Ik mocht met de broeders mee-eten (in stilte, er werd voorgelezen uit geestelijke literatuur). En ik had twee ‘conferenties’ met de broeders waarin ik vertelde over ‘Jezus ontdekken’ en ‘Leven in verbondenheid’. We hebben het wederzijds als inspirerend en bemoedigend ervaren. Op de foto zie je me samen met Dom Bernardus (overigens een leeftijdgenoot, hij is net als ik in 1968 geboren). We hebben een paar boeiende gesprekken met elkaar gehad. Wat me daarin trof was dat hij zorgen had over het monastieke leven in het algemeen. Volgens hem zijn er momenteel drie gevaren die dat leven bedreigen: 1) activisme, 2) individualisme, 3) oppervlakkigheid. Het lijkt me zo dat de gevaren die het monastieke leven bedreigen niet veel afwijken van die welke het leven van de christelijke kerk bedreigen.

(8 juni 2007) Afgelopen woensdagmorgen, na de conferentie die ik met de broeders van Koningshoeven had, richtte Dom Bernardus zich met een dankwoordje tot mij. Hij gaf me een boekje kado met de titel ‘Een juichkreet van het hart’. In dat boekje zijn veertig Jezuswoorden verzameld uit de gouden eeuw van Citeaux. Bij het eerste woord, zo zei de vader abt, moest hij altijd denken aan mijn boeken. Het is een uitspraak van Bernard van Clairvaux. Schrijft ge over iets, het kan me niet behagen als ik daarin niet Jezus lees. Houdt ge een betoog of bespreking, het kan me niet boeien als Jezus er niet doorheen klinkt. Jezus is als honing in de mond, een lied in het oor, een juichkreet in het hart. Ik was erg blij met dit citaat uit de mond van Dom Bernardus. En ik herinner me dat ik het citaat zelf ook een keer heb voorgelezen in een preek, aardig lang geleden al. Een klein speurtochtje door al mijn digitale preken leverde dit op (ik citeer uit een Kerstpreek die ik in Beverwijk hield op 25 december 2002):

Hoe kostbaar is die naam Jezus voor u? Is het voor u de allermooiste naam die u op de lippen kunt nemen? Gaat uw hart sneller kloppen als u die naam hoort? Mist u iets als over die naam gezwegen wordt? In een heel oud boek, het werd al geschreven in 1658 (Isaäc Ambrosius, Zien op Jezus), vond ik daarover twee mooie uitspraken. De eerste is van Augustinus, die leefde in de vijfde eeuw. Augustinus had de werken van Cicero gelezen, een bekende Romeinse redenaar, en hij roemde die werken vanwege hun welsprekendheid. En toch gaf hij dit oordeel over die werken van Cicero: ‘Ze zijn niet zoet, omdat er de naam van Jezus niet in gevonden wordt.’ De tweede uitspraak die ik vond in dat oude boek is van Bernardus van Clairvaux, een heel bekende monnik uit de 12e eeuw. Hij zegt: ‘Als u iets schrijft, het smaakt me niet, als ik Jezus daar niet in lees; als u redetwist of een gesprek voert, het smaakt mij niet, als ik Jezus daarin niet hoor. Jazeker, alles wat wij spreken is geheel onsmakelijk, als het niet met dit zout wordt smakelijk gemaakt, het zout van de naam van Jezus.’

Blijkbaar is Ambrosius wat minder nauwkeurig in het citaat, of hij citeert iets anders. Inhoudelijk is het in elk geval hetzelfde: als Jezus er niet in is, smaakt het niet!

Wat kunnen kerken van kloosters leren? Dat lijkt me een zeer actuele en boeiende vraag. De al genoemde beweging new monasticism heeft veel te vertellen. Maar ook een nog recente uitgave van Jeroen Jeroense bevat heel veel inspirerends. Ook daarover schreef ik al eerder:

Lees meer »

16/04/2009 Geplaatst door josdouma | Emerging church, Kerk, Koninkrijk, Neo monastiek, Spiritualiteit | | 1 Reactie