Spirituele vorming (1)
Spirituele theologie is gericht op spirituele vorming. Dat is de tweede dimensie of fase die ik in navolging van Larry Crabb onderscheid als het gaat om spirituele gemeenteopbouw.
Spirituele theologie >> vorming >> gemeenschap >> missie
Crabb zelf voelt zich nauw verwant met de beweging van Spiritual Formation waaraan namen als die van Richard Foster (Renovaré) en Dallas Willard zijn verbonden. Tegelijk waarschuwt hij ook voor het gevaar van die beweging.
Te vaak, ben ik bang, komen mensen die een pleidooi voeren (ik ben één van hen) voor een focus op spirituele vorming in de kerken gevaarlijk in de buurt van misleidende reclame. Soms lijken ze te impliceren, en soms wordt het zelfs expliciet onderwezen, dat spirituele oefeningen en spirituele retraites en spirituele begeleiding en spiritueel lezen zullen leiden tot een ervaring van eenheid met God die hun dorst compleet lest, die de leegte vult met een gevoelde ervaring van volheid en verbinding, van een heid met God. (Real Church, blz. 111)
Als Crabb dus schrijft over spirituele vorming legt hij er alle nadruk op dat we niet moeten verwachten dat we allerlei prachtige en bevredigende spirituele ervaringen zullen hebben. Dat is niet het doel van spirituele vorming.
Spirituele vorming zal niet onze ervaring van God doen groeien maar onze dorst naar God. In Surprised by Joy suggereert C.S. Lewis dat, tot na dit leven, ons verlángen naar God de zoetste ervaring is die God ons tijdens dit leven geeft.
Zo heeft in de spirituele vorming die Crabb voor ogen heeft donkere nacht van de ziel een heel eigen plaats: God is een God die zich soms verborgen houdt en dat doet hij om de leegheid en de eenzaamheid die ik dan ervaar te gebruiken om mijn dorst naar hem te verdiepen totdat ik naar niets anders meer zo sterk verlang als naar hem.
Bovendien gaat het Crabb erom dat de kerk werkelijk oog heeft voor het diepste probleem van alle mensen, ook van christenen: dat ze niet ‘verslaafd’ zijn aan God maar aan zichzelf, aan plezier, aan de directe ervaring van plezier op welke manier je die ook maar zou krijgen.
Spirituele theologie (3)
Wat is kenmerkend voor spirituele theologie? Ik kan daar nu geen uitputtend verhaal over schrijven. Wel wil ik enkele dingen zeggen van de richting waarin ik denk. Daarbij heb ik in gedachten dat de preekstoel (of het podium, of waar ook maar het evangelie wordt verkondigd aan volgelingen van Jezus die bij elkaar komen in de hoop dat Gods woorden voor hen open gaan) de plek is waar mijns inziens primair hoorbaar en ervaarbaar moet worden wat spirituele theologie is. Uiteraard gaat daar de beoefening van de theologie aan vooraf, zelfs de wetenschappelijke, want met theologie bedrijven is niets mis. Het gaat met theologie alleen mis als het een puur rationeel gebeuren wordt waar het leven uit weggelopen is, waar geen kleur meer te bekennen valt, waar creativiteit is vervangen door aloude cliché’s die voortdurend herhaald worden.
Spirituele theologie wil de verrassende waarheid (Er is altijd hoop!) op een vitale en creatieve en persoonlijke en bewogen manier ter sprake brengen. Spirituele theologie wil het verhaal van God spellen, meebeleven, mee-maken en laten zien dat onze persoonlijke verhalen liggen ingebed in een veel groter en hoopvoller verhaal. Spirituele theologie wil de God die naar ons toekomt in Jezus (de timmerman uit Nazaret, de leeuw uit Juda, de afdruk van Gods wezen – zijn moeder heet Maria) voor ogen schilderen in al zijn schoonheid, goedheid en waarheid. Spirituele theologie is de aanbidding van, nee, de dans met de Vader-Zoon-Geest-God (ze noemen hem ook wel de Drie-enige) die ons uitnodigt in een hemelse omhelzing. Spirituele theologie is het liefhebben met je door de Geest aangeraakte verstand van hem die kwam zeggen: ‘De tijd is aangebroken, het koninkrijk van God is nabij, kom tot inkeer en hecht geloof aan dit goede nieuws!’ Spirituele theologie is met levende woorden zorgen voor de ziel van wie luisteren vanuit een verlangen naar bevrijding, genezing en vergeving. Spirituele theologie is een oefening in biddende creativiteit waardoor we het licht zien, soms – even. Spirituele theologie is nadenken met je hart en spreken uit je ziel en liefhebben door woorden heen. Spirituele theologie is zo spreken over God dat de Geest gaat waaien en je het gezicht van Jezus begint te zien: hij kijkt je aan -en zijn blik is zó intens liefdevol!
Ik besef dat ik hiermee vooral een sfeer probeer op te roepen. Maar volgens mij moet het daar ook beginnen. Theologie (en de prediking die eruit voortvloeit) is vaak zo dor, zo doods, zo voorspelbaar, zo abstract, zo systematisch, zo saai, zo liefdeloos, zo geestdodend, zo ontzettend cliché, zo volstrekt gespeend van het mysterie, zo humorloos ook – een dal vol dorre doodsbeenderen, keurig in het gelid gelegd om tenminste enig overzicht te hebben.
Een spirituele theologie – daar verlang ik naar: spiritualiteit en theologie, samen dansend op de muziek van de Geest, en dan genieten van Jezus, gewoon omdat hij zo mooi is, zo goed, zo waar, zo echt mens, zo helemaal God, zo Jezus.
Spirituele theologie (2)
Om nog wat scherper in beeld te krijgen wat ik bedoel met spirituele theologie, ga ik te rade bij Eugene Peterson. In zijn boek ‘Christ Plays in Ten Thousand Places. A Conversation in Spiritual Theology’ geeft hij een paar omschrijvingen van wat hij onder spirituele theologie verstaat. Ik geef het even vertaald door:
Spirituele theologie is de aandacht die we geven aan de details van het leven op de weg van Jezus. Het is een protest tegen tegen een theologie die is gedepersonaliseerd tot informatie over God; het is een protest tegen een theologie die is gefunctionaliseerd tot een programma van strategische planning voor God.
De term spirituele theologie verwijst naar de specifiek christelijke poging om de levende ervaring aan te spreken die wordt geopenbaard in de heilige schriften en in de rijke zienswijzen en praktijken van onze voorouders als wij deze ervaring in onze huidige samenleving, waarin een diffuse en ongerichte honger en dorst naar gerechtigheid leeft, in de praktijk brengen.
Spirituele theologie is de aandacht die we geven aan het aan het praktisch uitleven van wat we weten en geloven van God. Het is de bedachtzame en gehoorzame beoefening van het leven als aanbidding op onze knieën voor God de Vader, het leven als zelfovergave op onze voeten door God de Zoon na te volgen, en van het leven als de liefde die omhelst en die omhelsd wordt in de gemeenschap met God de Geest.
Als ik probeer het nu ook in eigen woorden te zeggen: spirituele theologie is een manier van theologiseren (creatief en zorgvuldig nadenken over God, Jezus, mens, openbaring, koninkrijk, toekomst) die levensecht is, gericht op de dagelijkse praktijk in de eigentijdse cultuur. Spirituele theologie houdt zich niet bezig met het bouwen en onderhouden van kathedralen van zeker weten maar is een zoektocht naar hoe je vandaag, geïnspireerd door de Geest van Jezus, relevant kunt spreken over God en mens, over leven en dood, over verleden en toekomst, over goed en kwaad.
Peterson schetst ook nog de eigen waarde van de beide begrippen in ’spirituele theologie’ ten opzichte van elkaar:
‘Spiritueel’ bewaart ‘theologie’ ervoor dat ze degenereert tot louter denken en praten en schrijven over God op afstand. ‘Theologie’ bewaart ’spiritueel’ ervoor te verworden tot alleen maar denken en praten en schrijven over de gevoelens en gedachten die iemand heeft over God. De twee begrippen hebben elkaar nodig, omdat we weten hoe gemakkelijk het voor ons is om onze studie van God (theologie) te scheiden van onze manier van leven; we weten ook hoe gemakkelijk het is om om onze verlangens om een gaaf en bevredigend leven te leiden (spiritueel leven) los te maken van wie God werkelijk is en de manieren waarop hij onder ons werkt.
In de volgende blogpost een paar meer inhoudelijke lijnen van een spirituele theologie. Dit dus allemaal in het kader van een wat uitgebreidere reflectie op ‘Spirituele gemeenteopbouw’ waarbij ik aandacht geef aan 1. spirituele theologie, 2. spirituele vorming, 3. spirituele gemeenschap en 4. spirituele missie.
Spirituele theologie (1)
De komende weken wil geïnspireerd door Larry Crabb een aantal blogs schrijven waarin ik de vier kernmomenten van spirituele gemeenteopbouw verder inkleur: 1. spirituele theologie, 2. spirituele vorming, 3. spirituele gemeenschap, 4. spirituele missie. Onder spirituele gemeenteopbouw versta ik de gezamenlijke zoektocht naar de geestelijke groei van de gemeente en haar leden rond die vier kernmomenten. Ik begin dus met spirituele theologie.
Crabb schrijft (in ‘Real Church’) dat hij graag verbonden wil zijn met een kerk die hongert naar de waarheid die vrij maakt. Het is een waarheid die niet gemakkelijk toegankelijk is en die zeker niet bestaat uit alleen maar goede theologie of gezonde leer, hoe belangrijk die misschien (juist in een postmoderne cultuur) ook mag zijn.
De kern-waarheid waarnaar in een echte kerk wordt gehongerd is deze: ‘Er is altijd hoop! Geef het nooit op!’ Crabb noemt dit de opstandings-waarheid. Pasen verkondigt deze waarheid: er is nieuw leven opgekomen uit het graf, het is nu mogelijk om niet door ons verslavingen te worden beheerst, om niet langer de gevangene te zijn van onze angst voor afwijzing, om niet te hoeven leven om onze eigenwaarde te bewijzen en om niet langer afhankelijk te zijn van een eerlijke behandeling door anderen.
Deze waarheid die vrij maakt is samengebald in de ene ware mens Jezus Christus en we ontdekken deze waarheid die vrij maakt als we in verbondenheid met deze zoon van God leven. Er zijn drie vormen waarin deze waarheid die vrij maakt wordt geopenbaard. Crabb noemt ze (het lukt me niet om alle termen van Crabb zinvol te vertalen): 1. resurrection truth, 2. story truth en 3. signpost truth. Crabb verlangt naar een kerk waar deze drie vormen van waarheid worden gecommuniceerd. Resurrection truth: ‘zeg me dat er hoop is, altijd!’ Story truth: ‘Vertel me het verhaal, het aloude betekenisvolle verhaal van God en van Jezus!’ Signpost truth: ‘Geef me bijbelse woorden, begrippen en concepten die als creatieve wegwijzers fungeren naar het mysterie van Gods koninkrijk!’
Without truth, the Christian life becomes a merely ordinary existence of persuing self-interest by following formulas. With truth, following Jesus becomes a hope-dependant, meaning-filled, creativity-released adventure into love. I want to be part of a church that is hungry for truth (blz. 106).
Om nog wat beter in beeld te krijgen wat onder spirituele theologie verstaan moet worden, geef ik in de volgende blog aandacht aan Eugene Peterson’s ‘Christ Plays in Thousand Places. A Conversation in Spiritual Theology’.
Helpt bidden wel?
Om het begin van de Week van Gebed te markeren preek ik zondagmorgen over de vraag ‘Helpt bidden wel?’ In de preek geef ik in elk geval iets door van wat Larry Crabb in zijn boek ‘Real Church’ (blz. 98, mijn vertaling) schrijft:
Nadat ik mezelf al meer dan 50 jaar een christen noem, balanceer ik soms op het randje van het atheïsme. Ik weet dat dat dit overdreven klinkt, en misschien is dat het ook wel. Maar het leven kan het moeilijk maken om te geloven dat er een goede en liefdevolle God bestaat of dat, als hij bestaat, hij veel macht heeft. Zoveel gebeden blijven onbeantwoord, zelfs goede gebeden die helemaal niet egoïstisch klinken, zoals aan God vragen om een ziek kind te genezen of om een werkloze vriend aan een nieuwe baan te helpen. Ik ben vertrouwd met het gangbare christelijke perspectief: geen enkel gebed blijft onbeantwoord. God hoort elk gebed en reageert op één van deze drie manieren: hij zegt ‘ja’, hij zegt ‘nee’ of hij zegt ‘wacht’. Dat perspectief mag dan theoretisch en misschien zelfs theologisch wel kloppen, maar wordt persoonlijk lang niet altijd als bevredigend ervaren. Het kan zelfs ontstellend frustrerend zijn. Er gebeuren goede dingen. Er gebeuren kwade dingen. Het lijkt allemaal zo wispelturig, zo toevallig, zo machteloos in handen van een onverschillige God, als er al een God is.
Crabb zegt het op zijn eigen openhartige, kwetsbare en confronterende manier. Maar ik herken er zeker wel wat van. En toch wil ik me niet laten weerhouden van het gebed, ook niet van het vraaggebed, eenvoudigweg omdat de Bijbel er overvloedig getuigenis van aflegt dat God bijzonder graag wil dat we met onze vragen bij hem komen. ‘De huisregel van het koninkrijk is: vragen’ (Spurgeon).
De gemeente van Christus is de plek waar we elkaar helpen om ons geloof in het vraaggebed niet te verliezen. Afgelopen kerst hebben we in de Fonteinkerk tijdens de kerstdienst allemaal een papieren ster gekregen met de vraag om daarop een gebed te schrijven. Al deze gebeden zijn in een heuse kerstboom opgehangen. Op zondag 3 januari mocht iedereen een ster meenemen met de vraag om te bidden voor datgene wat p die ster stond. Bij deze blog staat de ster afgebeeld die ik heb meegenomen. DIt is dus mijn gebed, een vraaggebed, en ik geloof dat God er naar luistert en het zelfs graag wil verhoren: Dat de kerk een plek mag zijn waar iedereen zich veilig voelt, zodat we ons niet beter voor doen dan we zijn. Dat is dus een gebe, in de termen van Larry Crabb, om ’spirituele gemeenschap’!
Stabilitas loci
Een van de geloften uit de kloostertraditie is die van de stabilitas. Daarin gaat het erom (lees wat Wil Derkse hierover schrijft in zijn ‘Een levensregel voor beginners’ blz 42-46) dat je niet wegloopt van dat waaraan je je verbonden hebt en wat hier en nu een appèl op je doet. Stabilitas heeft alles te maken met een volgehouden en bestendig commitment.
Dit monastieke ‘concept’ boeit me al lange tijd. Het laat zich op vele manieren naar de praktijk toe vertalen. Wat betekent stabilitas voor mij als predikant in de Haarlemse Fonteinkerk? Wat betekent stabilitas in een kerkelijke wereld waarin je soms beroepen moet overwegen naar een andere gemeente of waarin je overweegt of je daar überhaupt voor open staat? Wat betekent stabilitas als je veel boeken leest maar je telkens weer tot andere thema’s voelt aangetrokken? Wat betekent stabilitas als je je voorneemt om een complete dag aan preekvoorbereiding te wijden maar er toch allerlei vormen van afleiding zijn?
Stabilitas is: niet weglopen van dat waaraan je je verbonden hebt en wat een appèl op je doet. Ik breng dit thema nu ter sprake omdat ik merk dat al een paar jaar rondjes aan het draaien ben rond de thematiek ‘Spirituele gemeenteopbouw’. Ik geloof dat er op dat gebied veel te doen is en ik geloof dat ik in de voorbije jaren ook heel wat dingen gedaan en gezegd heb die hiermee te maken hebben. Maar ik ben er in mijn beleving te weinig structureel mee bezig. Ik word vaak weer afgeleid door andere boeiende onderwerpen. En ik merk dat ik het niet eenvoudig vind om datgene wat ik op bezinnend niveau vind en schrijf concreet toe te passen in mijn eigen gemeentewerk.
Voor mij betekent stabilitas op dit moment: houd nu eens vast aan je verlangen om je verder te verdiepen (theoretisch én in de praktijk van het gemeenteleven) in datgene wat je bedoelt met spirituele gemeenteopbouw! Dat ga ik nu dus doen. Met name het boek ‘Real Church. Does It Exist? Cab I Find It?’ van Larry Crabb heeft me over de streep getrokken. Crabb geeft daarin namelijk ongelooflijk veel bezinning en handreikingen om hiermee bezig te zijn. Vooral zijn vierslag spirituele theologie, vorming, gemeenschap en missie biedt een vruchtbaar 9en breed) kader om door te denken over de vraag naar de betekenis van spiritualiteit voor de christelijke gemeente in de 21e eeuw.
De komende dagen en weken wil ik daarom meerdere blogs gaan wijden aan het brede concept van spirituele gemeenteopbouw, en ik begin maar gewoon bij ‘Real Church’. Wat verstaat Crabb precies onder de vier momenten die hij onderscheid? Wat versta ik eronder? Wat hebben anderen erover te melden?
Ik vind deze thematiek ook zo belangrijk omdat ik merk dat er wel (terecht) heel veel energie wordt gestoken in de bezinning op missionaire gemeenteopbouw, terwijl er voor zover ik kan overzien maar nauwelijks structureel aandacht is voor bezinning rond de thematiek van spirituele gemeenteopbouw. Zeker, alles wat er gezegd en geschreven wordt over bijbelstudie in de gemeente, discipelschap, verlangen naar geestelijke groei, gemeenteopbouw door geloofsopbouw enzovoort heeft hier alles mee te maken. Maar als eigen insteek (‘concept’) is er mijns inziens te weinig aandacht voor.
Eerst maar even een eigen omschrijving: met spirituele gemeenteopbouw bedoel ik de gezamenlijke zoektocht naar de geestelijke groei van de gemeente en haar leden rond deze vier kernmomenten:
1. spirituele theologie
2. spirituele vorming
3. spirituele gemeenschap
4. spirituele missie
De eerstvolgende blog zal gaan over spirituele theologie.
Boek van het jaar 2010
In deze eerste blog van het nieuwe jaar maak ik maar meteen mijn boek van het jaar 2010 bekend: Larry Crabb, Real Church. Does It Exist? Can I Find It? (2009)
In een vorige blog schreef ik al dat ik het boek aan het lezen was, samen met zijn tien jaar oudere Developing True Spiritual Community (1999). En als ik dan toch titel van Crabb aan het noemen ben, dan moeten deze er zeker bij (inmiddels wel in het Nederlands vertaald): Ik zeg PAPA. Over vertrouwelijk en persoonlijk gebed (2005), Verbondenheid (1997) en Recht uit de ziel. Communicatie zoals God het bedoeld heeft (2003).
Waarom ben ik zo enthousiast over de boeken van Crabb? Ik ben zelfs zo onder de indruk van zijn boeken dat ik besloten heb om mijn voornaamste goede voornemen voor 2010 te laten zijn: het gedachtegoed van Crabb me eigen maken en proberen het in het gemeenteleven in de praktijk te brengen.
Larry Crabb verwoordt als geen ander waarnaar ik zelf ook al zolang op zoek ben en wat ik zelf ‘Spirituele gemeenteopbouw’ noem. Met name zijn ‘four spirituals’ bieden wat mij betreft een prachtig kader: spirituele theologie, spirituele vorming, spirituele gemeenschap en spirituele missie. Een (vertaald) citaat uit Real Church:
Ik wil deel uitmaken van een samenzijn van christenen, weinig of veel, die spirituele theologie leren, die verlangen naar spirituele vorming, die de prijs betalen van het ontwikkelen van spirituele gemeenschap en die zichzelf geven aan spirituele missie.
Crabb schrijft Real Church onder meer in (kritisch) gesprek met zowel de seeker-sensitive churches als de missional church en de emergent church. Hij brengtonder meer onder woorden dat de kerk niet tot haar wezenlijke bestemming komt als ze (enigszins hyperig) overslaat om zich grondig bezig te houden met spirituele theologie, spirituele vorming en spirituele gemeenschap. Want: het is gemakkelijker om ´te bouwen aan het koninkrijk’ dan op zielsniveau te leren omgaan met kinderen van God. Er is in kerken zoveel onechtheid, zoveel schone schijn, zoveel onveiligheid, zoveel moralisme.
Maar er is ook – en daar zou ik me in 2010 vanuit het gedachtegoed van Crabb heel graag op willen richten – een diep verlangen naar datgene waar het werkelijk om moet gaan in kerk-zijn: spirituele theologie (het verhaal van God leren spellen), spirituele vorming (ernaar verlangen om te lijken op Jezus), spirituele gemeenschap (werkelijke verbondenheid zoeken door recht uit de ziel te communiceren) en van daaruit spirituele missie (in Jezus’ naam en kracht dienend barmhartigheid en gerechtigheid in deze wereld bevorderen te beginnen op de plek waar je nu bent).
In de komende twee maanden zal ik me in de preken die ik in de Fonteinkerk hoop te houden richten op het gebed en me daarbij laten inspireren door Crabb’s Ik zeg PAPA.
REAL CHURCH: echt kerk zijn
Ik ben een boek van Larry Crabb aan het lezen dat erg veel indruk op me maakt. Dat komt omdat hij op een geweldige manier woorden geeft aan de thematiek die mij ook al lang bezig houdt en die ik op de noemer heb gebracht van ‘spirituele gemeenteopbouw’ .
Het gaat om het jongste boek van Crabb, verschenen in 2009, met de titel Real Church. Does It Exist? Can I Find It? Ik ben het overigens tegelijk aan het lezen met een ouder boek van hem (uit 1999, niet in het Nederlands vertaald voor zover ik weet): Becoming a True Spiritual Community: A Profound Vision of What the Church Can Be.
In Real Church stelt Crabb dat echt kerk zijn door deze vier momenten wordt bepaald:
1. Spirituele theologie
2. Spirituele vorming
3. Spirituele gemeenschap
4. Spirituele missie
Learn spiritual theology; hunger for spiritual formation; gather in spiritual community; move into the world on a spiritual mission. Make this into a formula, and the vision dies. Let it be what it is – a rhythmic cycle, a dance – and these four spirituals could transform a gathering of Christians into a church, a real church, the church I want to be part of. (blz. xix).
Aan het einde van het boek geeft hij onder meer deze samenvatting van wat hem voor ogen staat. Ik geef die nu in een eigen vertaling door, want dit is precies waar ik ook naar verlang en waar ik mee bezig probeer te zijn onder de noemer Spirituele gemeenteopbouw:
1. (spirituele theologie) Een echte kerk entertaint haar leden niet op zondagmorgen of is alleen maar bezig die leden te inspireren met goede muziek of opwindende prediking. Een echte kerk weet dat ons zware tijden te wachten staan, en dat die voor velen al aangebroken zijn, zware tijden die een doel dienen in Gods volmaakte plan. Daarom moet dat plan bekend worden gemaakt. De liefde achter dat plan moet zichtbaar worden gemaakt. Een echte kerk verlangt er naar om de boeken van de Bijbel te kennen, om degene te kennen die er de auteur van is, om het verhaal te horen dat door de boeken wordt verteld en om het verhaal van een spirituele theologie te communiceren met haar leden.
2. (spirituele vorming) Een echte kerk is niet tevreden als haar leden maar naar de diensten komen, tienden van hun inkomen afdragen, zich laten inzetten bij kerkelijke activiteiten, en morele en keurige levens leiden. Een echte kerk bidt Gods Geest, de Geest van heiligheid, om haar leden blijvend spiritueel te vormen totdat ze Jezus zien als hun alles overtreffende schat, hoe ze zich ook voelen, hoe anderen hen ook behandelen of hoe het in hun leven ook gaat.
3. (spirituele gemeenschap) Een echte kerk waardeert het participeren in programma’s nooit hoger dan het aangaan van relaties in een gemeenschap. En ze ziet de verontrustende waarheid onder ogen dat betrokkenheid in kleine groepen te vaak een bijdrage levert aan niet meer dan het meedoen in een relationeel programma. Een echte kerk richt zich op spirituele gemeenschap, waar zielen zich met elkaar verbinden, waar schaamte afneemt, waar zonden aan de oppervlakte komen, waar mislukking genade ontmoet, waar irritaties verzacht worden, waar heilig verlangen groeit.4. (spirituele missie) Een echte kerk weet dat goed doen in deze wereld weinig verlossende kracht heeft tenzij degenen die goed doen Jezus kennen, op Jezus lijken en op de manier van Jezus relaties aangaan, in de kracht van Jezus, allereerst in hun gezinnen en kerken, en vervolgens ook in de cultuur om hen heen.
Ik denk dat Larry Crabb met zijn boeken erg veel kan betekenen nu er allerwegen wordt gevraagd hoe we in de 21e eeuw kerk moeten zijn. Mijn indruk is momenteel dat het sterke accent op missionair en cultureel relevant kerk zijn onvoldoende honoreert dat kerk primair bedoeld is als spirituele gemeenschap waar ziel-zorg plaats vindt in de naam van Jezus. En een moralistische en onverbonden kerkelijke gemeenschap die zonder daarin te veranderen zich missionair naar buiten keert communiceert een moralistisch evangelie dat geen evangelie is.
Waar kerk gebeurt, daar wil ik zijn
[Het onderstaande heb ik vandaag geschreven als bijdrage aan een bezinningsdag ergens in februari 2010 over de vraag 'Waarom zullen in 2050 mensen (nog of weer) naar de kerk gaan?']
Kerk zijn heeft met ‘naar de kerk gaan’ niet zo heel veel te maken. Daarom wil ik liever niet direct een antwoord geven op de gestelde vraag (aan het eind van deze bijdrage kom ik er op terug). Eerst moet een andere vraag gesteld worden: Wat is de kern van kerk zijn? Zelf breng ik dat graag zo onder woorden: kerk (ik heb het bij voorkeur niet over ‘de’ kerk) – kerk is liefdevolle gemeenschap, met Jezus in het midden. Kerk gebeurt waar leerlingen van Jezus zich met elkaar verbinden om de krachtige genade en de genadige kracht van de Heer te ontvangen, met elkaar te delen en anderen erin laten delen.
Ik geloof dat daarin de kern van kerk zijn ligt en dat daarmee ook is aangewezen wat de meest relevante bijdrage van kerk zijn aan de samenleving is. In een onverbonden maatschappij, waarin vervreemding en gebrek aan bezieling de boventoon voeren, heeft de liefdevolle gemeenschap waar Jezus in het midden is iets unieks te bieden: de kracht van verbondenheid, de genade van een relationele God die ons in Jezus dicht op de huid komt.
Het ziet er naar uit dat processen van vervreemding tussen mensen, zowel binnen de huidige kerken als binnen de samenleving waarin die kerken staan, door zullen gaan. Ten diepste wordt dat veroorzaakt door onze vervreemding van God, waardoor de mensheid in het ongeluk is gestort. Maar waar mensen, gedreven door de Geest, kiezen voor verbinding, voor de kracht van genade, voor liefdevolle gemeenschap rondom Jezus – daar wordt iets zichtbaar en ervaarbaar van het in vervulling gaan van deze woorden van de Heer uit Openbaring 21 vers 5: Alles maak ik nieuw.
Wat houdt het in 2050 in om kerk te zijn? Hoe gebeurt kerk in de toekomst? Wat zouden zoekers er moeten kunnen vinden? Ik denk dat het dan om de volgende dingen gaat.
1. Het gaat om ontmoeting. Kerk gebeurt waar mensen elkaar in Jezus’ naam ontmoeten. Het gaat om relaties, niet om programma’s en acties. Ontmoeting houdt in dat mensen elkaar werkelijk zien, elkaar werkelijk leren kennen en elkaar een blik gunnen in hun levens en in hun harten. Ont-moeting houdt ook in: er moet niets. In de samenleving moet van alles: we moeten presteren, we moeten vooruitkomen, we moeten gelukkig zijn, we moeten onszelf zijn. Kerk zijn betekent dat we leren om te ont-moeten, want we leven, veelal als gewonde mensen die het niet maken of gemaakt hebben, van die vreemde genade die we hebben leren kennen door te kijken en te luisteren naar Jezus.
2. Het gaat om spiritualiteit. Kerk gebeurt waar mensen zich laten inspireren door het verhaal van God en waar mensen zich realiseren dat de God van de Bijbel zichzelf laat aankijken in de ogen van Jezus. Spiritualiteit als leven in de Geest van Jezus is het waar de identiteit van kerk zijn van afhangt. Daarin gaat het niet om een spiritueel zelfhulpprogramma maar om de eindeloos genadige werkelijkheid van een relationele God – Vader, Zoon, heilige Geest – die ons omhelst, gewoon omdat hij mateloos van ons houdt. Kerk zijn houdt in dat we elkaar helpen om ons geestelijk te oefenen in het leren kennen en ervaren van deze hemelse omhelzing. Waar kerk gebeurt en waar een inspirerende spiritualiteit wordt gezocht en gevonden, daar ontwikkelt zich ook een meer dan relevant aanbod op de 21e eeuwse religieuze markt.
3. Het gaat om ziel-zorg. Kerk gebeurt waar mensen elkaar deze vraag durven stellen: ‘Hoe gaat het met je ziel?’ Deze vraag wordt nauwelijks gesteld. We vragen elkaar wel ‘Hoe gaat het met je?’ En we antwoorden: ‘Goed’. Of we zeggen: ‘Druk, druk, druk, weet je wel.’ Misschien dat de vraag aan ons gesteld wordt (maar dan waarschijnlijk met anderen woorden) als we regelmatig een psycholoog of een psychotherapeut bezoeken. Maar het is juist de liefdevolle gemeenschap met Jezus in het midden waar deze vraag gesteld mag worden en waar we leren om er een antwoord op te geven. Kerk gebeurt waar we in de veilige nabijheid van Jezus leren om contact te krijgen met onze kwetsbare binnenruimte die we ziel noemen, met die ruimte in ons waar Gods Geest ons leven aanraakt zodat het meer kan gaan lijken op het leven van Jezus.
4. Het gaat om presentie. Kerk gebeurt waar mensen, geraakt door Jezus en gedreven door zijn Geest, een hartelijk verlangen ontwikkelen en in de praktijk brengen om verschil te maken in deze wereld. Want God is bezig zijn koninkrijk op aarde te realiseren totdat Jezus komt. Het gaat erom dat mensen, die in de omgeving zijn van liefdevolle gemeenschap met Jezus in het midden, iets gaan merken van de barmhartigheid en de gerechtigheid die zo kenmerkend zijn voor de God die we leren kennen in Jezus. Er daadwerkelijk zijn, aandachtig en liefdevol en dienstbaar in christelijke presentie – dat is de onmis(ken)bare vrucht van kerk zijn.
Vier momenten dus: ontmoeting, spiritualiteit, ziel-zorg en presentie. Ik geloof dat mensen (christen of niet) hiernaar op zoek zijn en zullen blijven, ook in de toekomst. Dat brengt me terug bij de oorspronkelijke vraag: ‘Waarom zullen in 2050 mensen (nog of weer) naar de kerk gaan?’ Als ‘naar de kerk gaan’ betekent dat je participeert in een samenzijn van mensen die vanuit het evangelie van Jezus toegerust en geïnspireerd willen worden met het oog op ontmoeting, spiritualiteit, ziel-zorg en presentie, dan zullen mensen (blijven) komen.
Dat kan overigens prima binnen de kaders van traditionele vormen van kerk zijn, als deze traditionele christelijke gemeenten maar bereid zijn om weg te groeien van een programma- en actiegericht kerkelijk leven vol verplichtingen en het bijbehorende genadeloze moralisme. Het kan ook (en wellicht beter) binnen nieuwe geloofsgemeenschappen en christelijke huisgroepen, waar deze woorden van Paulus uit Galaten 4 vers 19 in hun volle diepte worden beleefd en in de praktijk gebracht: Kinderen, zolang Christus geen gestalte in u krijgt, doorsta ik telkens weer barensweeën om u.
-
Archief
- januari 2010 (7)
- december 2009 (6)
- november 2009 (10)
- oktober 2009 (9)
- september 2009 (4)
- augustus 2009 (6)
- juli 2009 (5)
- juni 2009 (11)
- mei 2009 (15)
- april 2009 (28)
- maart 2009 (6)
-
Categories
-
RSS
Berichten RSS
RSS met reacties

Op deze weblog (de oude blog vind je hier: